
Aios ouderengeneeskunde Anne Hiddink interviewde voor Ouderengeneeskunde.nu Christiaan Diemel over zijn carrièreswitch van huisarts naar specialist ouderengeneeskunde.
Voordat je specialist ouderengeneeskunde werd, heb je jaren als huisarts gewerkt. Hoe ben je in aanraking gekomen met de huisartsgeneeskunde?
“Bij mijn coschappen in het ziekenhuis vond ik alle vakken inhoudelijk wel interessant, maar de manier van werken in het ziekenhuis was niet zo mijn wereld. Ik voelde me niet fijn bij de hiërarchie en voelde veel afstand tot de patiënt. Pas bij de extramurale coschappen merkte ik dat ik mij in die werkomgeving wel thuis voelde. Met name het coschap huisartsgeneeskunde enthousiasmeerde mij wegens de breedheid van het vak en de laagdrempeligheid die je als arts naar je patiënten kan hebben.”
Het vak had je interesse dus al vroeg gewekt. Wanneer besloot je om daadwerkelijk huisarts te worden?
“Meteen na mijn studie geneeskunde wist ik dat ik de huisartsopleiding wilde gaan doen. Ik ben eerst op de spoedeisende hulp gaan werken, destijds nog in het ziekenhuis Bernhoven in Veghel (dit is later verplaatst naar Uden). Na een half jaar startte ik mijn huisartsopleiding. Het eerste jaar in een huisartsenpraktijk in Veghel, het tweede jaar met stages bij de psychiatrie (ProPersona Nijmegen) en in het verpleeghuis (Joachim en Anna Nijmegen) en mijn derde jaar weer in een huisartsenpraktijk in Deventer. “
Wat trok jou dan het meest aan, aan de huisartsgeneeskunde?
“Ik vond het leuk om mensen te helpen met alle vragen of zorgen op medisch gebied waar zij mee zaten. Ik wilde graag laagdrempelig benaderbaar zijn, door ‘normaal’ contact met mijn patiënten. Ook vond ik het leuk om een eigen praktijk te hebben. Na twee jaar waarnemen, vestigde ik mij in een groepspraktijk in Wijchen. Hier heb ik 13,5 jaar gewerkt. Hoe langer ik in het vak zat, hoe meer ik kon ervaren hoe veel meerwaarde het heeft om een langdurige band met je patiënten op te kunnen bouwen.”
Je hebt veel tijd, energie en passie gestoken in dit carrièrepad. Hoe kwam je erachter dat dit toch niet het pad was dat je wilde bewandelen?
“Al in de eerste jaren in de praktijk merkte ik dat ik veel meer uren draaide dan ik zou willen. Ik had het idee dat dit vanzelf zou verbeteren als we de praktijk beter zouden organiseren. Maar in de loop der jaren kwam er steeds meer substitutie vanuit de ziekenhuizen en werd de halve psychiatrische zorg naar de huisarts doorgeschoven. De zorgvraag bleef maar doorstijgen, zo ook ons personeelsbestand. In de tijd dat ik er werkte zijn we van vier personeelsleden gegroeid tot 15. Dat betekende nog meer organisatorisch werk. Ondanks veel projecten om de druk op de huisartsen te verminderen leidde dat nooit tot minder uren werk voor mij.
Omdat ik inhoudelijk de ouderenzorg en psychiatrie interessant vond (‘elke dokter krijgt de patiënten die hem toekomen’) was ook mijn spreekuur gevuld met tijdrovende mensen. Dit hielp ook niet in het vinden van mijn balans. Na een wisseling van een van mijn maten werd de lat in de maatschap ook nog eens hoger gelegd en raakte een andere maat in een burn-out. Hoewel ik inhoudelijk het vak als huisarts nog steeds enorm mooi vond, was de manier waarop ik het uitoefende niet meer passend bij hoe ik de komende 20 jaar gelukkig zou kunnen zijn met mijn werk. Nadat ik had besloten om te stoppen in de praktijk, lag de wereld weer even voor me open en wilde ik onderzoeken of een andere richting niet beter matchte met mijn huidige wensen van invulling van mijn vak.”
‘Belangrijk voor mij: de breedheid van het vak en de laagdrempeligheid die je als arts naar je patiënten kan hebben’
Hoe ben je dan uiteindelijk bij de ouderengeneeskunde terechtgekomen?
“Het eerste zaadje werd geplant tijdens de ouderenstage in mijn huisartsopleiding. Ik had een erg leuke stage en vond de sfeer van samenwerken in het verpleeghuis erg prettig. Toen mijn stage afliep heb ik al gezegd dat de ouderengeneeskunde een prima alternatief zou zijn als het huisartsenvak mij ooit niet meer zou bevallen. Toen ik stopte in de praktijk ben ik als huisarts een jaar in een verpleeghuis gaan werken, om te ervaren of dat nog steeds het geval was.
En wat bleek? De ouderengeneeskunde beviel mij inderdaad weer goed, dus ik wilde wel verder in dit vak. Om mij hier echt in te bekwamen, en om het vak als eindverantwoordelijke uit te kunnen voeren heb ik ervoor gekozen de opleiding te gaan doen. Daarnaast zou ik mijn titel als huisarts verliezen als ik niet meer in een huisartspraktijk werkte, en om alleen basisarts te blijven, vond ik ook geen optie.”
Inmiddels heb je de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde afgerond en ben je als specialist ouderengeneeskunde werkzaam bij Stichting de Waalboog. Wat vind je het leukste aan je werk?
“Als eerste geniet ik ervan om met ouderen om te gaan. Daarbij is het een vak dat in de volle breedte van de geneeskunde werkt, waarbij er een hoge mate van complexiteit speelt en je vaak aan het puzzelen bent om op zoek te gaan naar de beste oplossing in de soms beperkte mogelijkheden die je hebt. Ik vind het leuk en uitdagend om samen met het team te zoeken naar de creatieve oplossingen die hierbij nodig zijn.”
Heeft je werk als huisarts je nog iets opgeleverd voor je werk als specialist ouderengeneeskunde?
“Er zijn veel overeenkomsten tussen de huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde, dus alle ervaring als huisarts neem ik mee in mijn nieuwe vak. Ik word vaak door collega’s gevraagd om mee te denken over minder vaak voorkomende ziektebeelden of medisch technische handelingen, omdat je als huisarts veel ziektebeelden langs hebt zien komen. De grootste verschillen zijn de nog kwetsbaardere doelgroep waarmee je werkt en het werken in teamverband.”
Mis je het werk als huisarts?
“Nee, eigenlijk niet. Ik heb een mooi vak verlaten, maar heb er ook een heel mooi vak voor teruggekregen. Af en toe mis ik nog wel een drukke telefoondienst op de huisartsenpost, waarbij je in korte tijd veel hulpvragen moest verwerken en snel moest schakelen. Dat gaf wel een kick als dat goed gelukt was.
Het ondernemerschap mis ik als kiespijn, ik ben heel blij nu gewoon in loondienst te zijn. En het stuk ontwikkeling, wat ik als praktijkhouder juist leuk vond, kan ik nu ook doen in het verpleeghuis, maar dan hoeft dat niet meer in de avonden en weekenden, maar gewoon binnen mijn werkuren.”
Heb je nog een tip voor iedereen die nog een keuze moet maken voor een vervolgopleiding?
“Als eerste moet je je hart volgen omdat je het beste tot je recht komt op een plek waar je je echt fijn bij voelt. Maar ook belangrijk is dat de manier van uitoefenen van een vak bij je leven past, ook over 10 of 20 jaar. Tot slot moet je een goede aansluiting vinden bij je toekomstig collega’s en de manier van met elkaar omgaan, want werken doe je nooit alleen.
En bedenk verder: een keuze is nooit voor de rest van je leven, je kunt altijd nog een keer een ander pad bewandelen!”

Deze blog is geschreven door Anne Hiddink. Anne is derdejaars aios ouderengeneeskunde enen loopt stage bij zorgsorganisatie Azora in de Achterhoek.
Lees ook de andere blogs van Anne