‘Als iemand in een van onze verpleeghuizen overlijdt, vindt er een uitgeleide plaats. Het lichaam van de bewoner wordt dan, in bijzijn van familie, naar buiten gereden en vervolgens overgedragen aan de begrafenisondernemer. Het is de laatste reis naar buiten en een belangrijk onderdeel van het afscheid nemen.
Niet alleen nemen familie en mantelzorgers afscheid van de bewoner, maar ook van het verpleeghuis. En andersom neemt het verpleeghuis afscheid van de bewoner en diens naasten. Op onze verpleeghuislocatie vormt het personeel daarbij een soort van erehaag bij de uitgang: van zorgpersoneel tot behandelaren en van schoonmaakmedewerkers tot medebewoners.
Het lukt mij helaas niet altijd om hierbij aanwezig te zijn. Maar laatst overleed een bewoonster bij wie dat wel kon. Ik was ongeveer drie jaar haar arts geweest. Ze was zeker niet de makkelijkste: af en toe een pittige tante. Ze liet zich niet zomaar begeleiden en kon soms boos of overstuur raken.
Ik herinner me nog dat ze eens met een gebroken pols, haar arm in het gips, buiten in de stromende regen stond en weigerde naar binnen te gaan. En ik dacht aan toen ze hier net woonde, ze heel goed wist dat ik de arts was en me aansprak op de gang: “Dokter, help mij dan toch!” Dat deed ze vaak, behalve als ze ziek was. Dan was ze delirant en mocht ik haar absoluut niet onderzoeken. Ik vond het mooi om te zien hoe haar pittige karakter aanwezig was, ook met dementie. We leerden haar steeds een beetje beter kennen. Vaak bleek het geven van een simpele knipoog al genoeg: dan voelde ze zich gezien.
Afgelopen jaren maakten we veel mee; samen met haar, haar familie en alle betrokkenen. Toen zij voor de laatste keer voorbij kwam, kwamen al die herinneringen weer naar boven. De stoet stopte even, precies op de plek waar ik stond. De familie was zichtbaar geëmotioneerd en bedankte ons voor de goede zorgen. “Dit had ze mooi gevonden,” zeiden ze. En daar ging ze, voor de laatste keer, naar buiten. Ik merkte dat het me raakte. Toen ik me omdraaide, zag ik een bewoonster die hetzelfde leek te voelen.
Later sprak ik de familie nog even kort op de afdeling. Ze vertelden hoe mooi ze de uitgeleide vonden. Ze hadden het niet verwacht en het overviel hen, maar op een goede manier. Mij overviel het eerlijk gezegd ook, hoezeer het me raakte op dat moment. Tegelijkertijd is dat misschien wel het mooiste: ik ben niet alleen arts, maar ook mens. En ook ik heb afscheid genomen.’



Deze blog is geschreven door Eline Laro. Eline is specialist ouderengeneeskunde en werkt bij van Van Neynsel in s-Hertogenbosch en Vught.
Lees ook de andere blogs van Eline