‘“Mevrouw wil je graag spreken, het gaat nog steeds niet goed met haar. Haar dochter wil vandaag ook tijdens het gesprek aanwezig zijn.” Mijn moed zakt in mijn schoenen. De bewoonster is een patiënte met de ziekte van Parkinson en heeft zowel motorische als niet-motorische klachten. Sinds mijn start in het verpleeghuis heb ik meerdere gesprekken met patiënte en dochter gevoerd. Ik heb veel contact gehad met haar behandelende neuroloog en haar dossier kwam tijdens supervisie vaak aan bod. Madopar opgehoogd, MER-lijsten laten invullen, collega ergotherapeuten en fysiotherapeuten ingeschakeld. Hoe kan ik haar nog verder helpen?
Ik zie op tegen het gesprek, maar ik besluit er in de middag om 15:00 uur langs te gaan. Haar woning is tegenover mijn kantoor. Op mijn weg ernaar toe oefen ik slecht nieuws-oneliners in mijn hoofd: ‘Het is niet anders’, ‘Het is in de lijn der verwachting.’, ‘We hebben alles gedaan wat we konden.’
Klop, klop. “Mag ik binnenkomen?”. Ik loop de woning binnen en zie haar zitten aan haar koffietafel met haar beruchte schriftje vol vragen. Haar dochter kon niet op het tijdstip aanwezig zijn, maar wil graag dat gesprek wordt opgenomen. “Het gaat niet goed dokter. Ik weet niet hoe ik verder moet”. Tja, eerlijk gezegd weet ik het ook niet meer. Ik denk aan een vraag die ik collega’s heb horen stellen en waag het erop: “Wat wilt u eigenlijk nog?”. Mevrouw denkt even na. “Ik wil weer vriendinnen en kennissen over de vloer ontvangen, maar ik kan niet eens thee of koffie voor hen inschenken. Ik zou meer activiteiten willen doen die bij mij passen, zo zou ik graag naar een theatervoorstelling gaan”.
Wow! Een euforisch gevoel valt over me heen (en een daarop vragende blik van mevrouw). Dit zijn praktische dingen waar we als team absoluut mee kunnen helpen en daarvoor heb je geen verhoging van Levodopa nodig. Na al die maanden lijk dit een doorbraak. Een paar dagen later hoor ik geklop op mijn deur. “Mag ik binnenkomen?” Het is de dochter, ze wil me spreken over het gesprek tussen mij en haar moeder. “Je luisterde altijd wel, maar nu heb je haar écht gehoord.”
Mijn openbaring in deze casus heeft veel bij mij losgemaakt. Eerder lag mijn focus bij de behandeling en ondersteuning van de oudere patiënt wat vooral medisch gericht was. Ik merk dat bij mij nu de nadruk ligt op waaróm een patiënt om mijn hulp vraagt. Tijdens mijn ziekenhuisstage bij de geriatrie paste ik dit ook toe op de geheugenpoli. Het slechte nieuws dat ik soms gaf, dat er inderdaad sprake was van dementie, viel zwaar. Maar stil te staan bij het gevoel van de patiënt, kwam ik erachter dat er angsten speelden dat diegene niet meer thuis kon wonen. Door aandacht te hebben voor het gevoel van de patiënt verdween het slechte nieuws niet, maar ontstond er wel ruimte voor geruststelling.
We spreken vaak over dat behandelingen moeten aansluiten op de wensen van de patiënten. Wat ik na twee jaar opleiding heb geleerd, is dat dit pas kan als je het gevoel van de patiënt (en naasten) hierin meeneemt. Door te achterhalen waar vragen van patiënten vandaan komen, kan ik zoveel mogelijk aansluiten op de patiënt zelf wil.
Al schrijvende ben ik mijn ambulante psychiatrie stage aan het afronden en hier heb ik ook weer nieuwe inzichten geleerd. Ik kan niet wachten deze in de praktijk toe te passen!’

Deze blog is geschreven door Varinder Singh. Varinder is tweedejaars aios ouderengeneeskunde bij VOSON, het opleidingsinstituut in Nijmegen, en volgens momenteel zijn keuzestage Academic Traineeship.
LinkedIn